Bedrijfsopvolging in het testament: hoe voorkom je gedoe tussen de kinderen?
Je hebt een mooi bedrijf opgebouwd. Wellicht geen “miljoenenexit”, maar wel een onderneming waar jarenlang hard aan is gewerkt – en die gezond draait. Eén van de kinderen wil het bedrijf later, als je er niet meer bent, graag voortzetten. De andere kinderen hebben daar geen belangstelling voor, maar willen vanzelfsprekend ook niet dat hun erfdeel daardoor verdampt.
Dat is een klassiek spanningsveld binnen familiebedrijven. En precies daarom is een goed testament bij bedrijfsopvolging geen luxe, maar noodzaak. Stel je bent ‘langstlevende ouder’.
Wanneer je niets regelt, ontstaat na overlijden waarschijnlijk meteen een financieel probleem. Het bedrijf kan wel aan het voortzettende kind worden toegedeeld, maar de andere erfgenamen moeten dan financieel worden gecompenseerd. Dat betekent meestal dat de bedrijfsopvolger een forse schuld krijgt aan broers en zussen — of bij de bank moet aankloppen voor financiering.
En dat kan wringen. Want een onderneming heeft vaak waarde “op papier”, terwijl het geld niet simpelweg op de rekening staat. De winst van het bedrijf is bovendien meestal al hard nodig voor investeringen, personeel en continuïteit. Het risico bestaat dan dat het bedrijf uiteindelijk tóch moet worden verkocht aan een derde. Precies wat je wilde voorkomen.
Een mogelijke oplossing: werken met een legaat
Een veelgebruikte testamentaire oplossing is dat het kind dat het bedrijf voortzet, enig erfgenaam wordt. De andere kinderen worden dan onterfd, maar krijgen in plaats daarvan een legaat: een vordering in geld op de nalatenschap.
De onderneming komt daardoor volledig terecht bij de bedrijfsopvolger, terwijl de andere kinderen recht houden op financiële compensatie. In het testament kan daarover worden bepaald dat die compensatie niet ineens hoeft te worden betaald, maar bijvoorbeeld in jaarlijkse termijnen over een langere periode – denk aan tien of twintig jaar.
Dat heeft een praktisch voordeel: de opvolger hoeft niet onmiddellijk een enorme financiering te regelen en kan de betalingen hopelijk voldoen uit toekomstige bedrijfswinsten. Zonder bank ertussen wordt de continuïteit van het bedrijf vaak een stuk realistischer.
Maar moeten de andere kinderen dat zomaar accepteren?
Dat is een belangrijke nuance. Een onterfd kind hoeft namelijk niet automatisch genoegen te nemen met een sterk uitgesmeerde betaling.
Normaal gesproken kan een onterfd kind nog aanspraak maken op de legitieme portie: het wettelijke minimumdeel van de erfenis. Maar als het toegekende legaat ongeveer evenveel waard is als die legitieme portie, schiet dat in de praktijk weinig op. Het legaat wordt namelijk met die aanspraak verrekend. Per saldo blijft er dan vaak niets extra’s over.
De wet kent daarom een bijzondere beschermingsregel. Het onterfde kind kan binnen drie maanden na overlijden verklaren dat het legaat alsnog ineens moet worden betaald. Daarbij moet dan worden gesteld dat de noodzaak van betaling in (zoveel) termijnen eigenlijk ontbreekt. Met andere woorden: dat het bedrijf financieel best sneller zou kunnen aflossen.
De bewijslast van het tegendeel komt dan in belangrijke mate bij de bedrijfsopvolger te liggen. Die zal moeten onderbouwen waarom de gespreide betaling werkelijk nodig is voor een gezonde voortzetting van de onderneming. Uiteindelijk kan de rechter beoordelen welke betalingsregeling redelijk en draaglijk is.
Overigens is die termijn van drie maanden onder bijzondere omstandigheden verlengbaar, zelfs nadat de termijn al is verstreken. Bijvoorbeeld wanneer de onterfde kinderen onvoldoende zijn geïnformeerd over hun rechten of wanneer de communicatie vanuit de nalatenschapsafwikkeling tekortschiet.
Juridisch goed geregeld is nog niet hetzelfde als familiair goed geregeld
Bij bedrijfsopvolging draait het uiteindelijk zelden alleen om cijfers en juridische constructies. Onterving raakt families vaak diep, ook wanneer daar rationeel goede redenen voor zijn.
Daarom is tijdige communicatie minstens zo belangrijk als een goed testament. Kinderen die begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, accepteren die in de praktijk vaak beter dan kinderen die pas na overlijden met verrassingen worden geconfronteerd.
Het doel van een regeling voor bedrijfsopvolging zou niet alleen moeten zijn dat het bedrijf kan doorgaan, maar ook dat de familieverhoudingen overeind blijven. Want als de onderneming behouden blijft maar de familie uit elkaar valt, voelt dat uiteindelijk voor niemand als winst.
