Intieme video’s niet als chantagemiddel inzetten in vechtscheiding
Een scheiding escaleert als de vrouw pornografisch materiaal – met daarop haar ex-man – verspreidt. Zij wordt gesommeerd dit materiaal te vernietigen.
Na een echtscheiding heeft een echtpaar zich verzoend. In die tijd is hun dochter geboren. Nadat de relatie opnieuw was verbroken, is de vrouw in het bezit gekomen van intiem beeldmateriaal waarop de man staat met een andere vrouw. Zij heeft dit zonder toestemming van de man aan de zus van de man verzonden.
Pornografisch beeldmateriaal
De man wil zijn dochter erkennen maar nu de vrouw zich verzet, begint hij een procedure hierover bij de rechtbank Limburg. Daar komt de kwestie van het beeldmateriaal ook aan de orde. De man vreest dat de vrouw het pornografisch beeldmateriaal zal versturen naar zijn nieuwe vrouw en schoonfamilie, als hij die dochter wil erkennen. Hij eist dat zijn ex wordt verboden het beeldmateriaal te verspreiden en dat zij dit verwijdert of vernietigt. Doet zij dit niet, dan moet zij een dwangsom van € 250 per dag betalen. Is de maximale dwangsom van € 2.000 verbeurd, dan moet – als zij nog steeds niet het beeldmateriaal heeft vernietigd – lijfsdwang worden toegepast: de vrouw moet dan in gijzeling worden genomen, tot een maximum van 90 dagen.
Verzoening
De vrouw erkent dat zij het materiaal naar de zus heeft gestuurd, omdat zij ernaar vroeg. De vrouw wilde zo de zus laten zien waarom ze van de man wilde scheiden omdat de zus bleef aandringen op een verzoening. De vrouw zegt niet meer over het beeldmateriaal te beschikken.
Persoonlijke levenssfeer
De voorzieningenrechter stelt voorop dat het zonder toestemming beschikken over het pornografisch beeldmateriaal van de man en het verspreiden ervan in strijd is met het recht van de man op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Dit is dan ook onrechtmatig. Uit een telefoongesprek tussen beide, wat is opgenomen, blijkt dat de man de video naar de prullenbak van Gmail heeft verplaatst maar dat de vrouw dat daar weer heeft uitgehaald. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw dit materiaal nog heeft.
Wel dwangsom, geef lijfsdwang
De voorzieningenrechter vindt, net als de man, de dreiging dat de vrouw het beeldmateriaal opnieuw verspreidt voldoende aannemelijk. Dat had zij eerder gedaan en niet om echtscheiding te rechtvaardigen, want de video werd verstuurd toen de echtscheiding al meer dan een jaar achter de rug was. De voorzieningenrechter vermoedt dat de vrouw haar ex wilde beschadigen. Zij wordt dan ook verboden het pornografisch beeldmateriaal te verspreiden. Zij moet dit ook verwijderen. De rechter wijst de dwangsom toe: de vrouw moet een financiële prikkel hebben om aan dit vonnis te voldoen. De lijfsdwang is een laatste redmiddel maar de voorzieningenrechter vindt het te ver gaan om dit toe te wijzen.
