‘Leugentje om bestwil’? Bezint eer ge begint. Het kan een zwaar bestraft misdrijf opleveren
In de kerstdagen heeft de Rechtbank in Alkmaar een opvallend vonnis gewezen in een strafprocedure, over valsheid in geschrifte. De verdachte (en veroordeelde, dus de dader) wilde een pand kopen als belegging en om te verhuren. Maar hij kreeg van de bank voor de financiering daarvan geen beleggingshypotheeklening. In samenspraak met zijn hypotheekadviseur diende hij daarop een hypotheeklening aanvraag in bij een andere bank, waarin als bestemming van de aan te kopen woning stond: eigen bewoning. Daarop heeft die bank de lening wel verstrekt. In de hypotheekakte werd op verzoek van de verdachte door de notaris als doel van de lening opgenomen: eigen bewoning, maar in de leveringsakte van de woning stond als doel: belegging. En daar sloeg de bank op aan en deed aangifte van valsheid in geschrifte.
De Rechtbank achtte de valsheid in geschrifte – en de opzet daartoe – bewezen en rekende de dader het misdrijf zeer zwaar aan. Het sprak in het vonnis van 'ernstige feiten, omdat ze de integriteit van het financieel en economisch verkeer aantasten en het reguliere handels- en betalingsverkeer ondermijnen.' De dader had volgens de bewoordingen van het vonnis 'misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming alsook van het vertrouwen van de hypotheekverstrekker die ervan uit moet kunnen gaan dat de overgelegde documenten naar waarheid zijn opgemaakt.' De huuropbrengsten die de dader uit het pand had verkregen de bij verkoop van het pand in een later jaar verkregen verkoopwinst werden door de Rechtbank aangemerkt als 'crimineel (verkregen) vermogen'. De Rechtbank zegt erover: 'Ook door het witwassen van crimineel vermogen wordt de legale economie aangetast. De Rechtbank rekent de verdachte de feiten dan ook zwaar aan.' De Rechtbank meent dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden op zijn plaats is. Vanwege overschrijding van de 'redelijke termijn' (voor bestraffing) wordt de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. Dat betekent dat ingeval de dader – in dit geval – binnen twee jaren weer de fout in gaat, de gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.
Het leek de dader waarschijnlijk een futiel leugentje om bestwil. Maar daar dacht de Rechtbank dus heel anders over. Een gewaarschuwd mens ….
