De kus van Beyoncé Knowles

Wakker? Goed zo. Houd dat even vast, want we beginnen met de context. We bevinden ons namelijk – geheel volgens verwachting – in het erfrecht. U weet wel: dat sprankelende rechtsgebied waarin wetsartikelen en familieverhoudingen elkaar op elegante wijze ontmoeten.

Vandaag staat een klassiek, maar vaak misverstaan onderwerp centraal: de zogenoemde legitieme portie en de invloed van giften daarop.

De watte? Inderdaad, de legitieme portie. Dat is het deel van het erfdeel waarop u als kind van een erflater (bijvoorbeeld uw vader) aanspraak kunt maken in geld, wanneer u bent onterfd. Deze aanspraak bedraagt de helft van wat u zou hebben ontvangen indien u niet was onterfd – het zogeheten kindsdeel – en het testament verder geen verrassingen bevat, zoals een opvallend genereus legaat aan buurvrouw Toos.

Uw vader heeft kennelijk redenen gezien om uw erfrecht zoveel mogelijk te beperken. Onterving is daarbij een mogelijk instrument. U rest dan de legitieme portie: geen jackpot, maar toch een troostprijs van formaat.

Maar dan is daar uw broer. Een man met een scherp oog voor financiële kansen ten eigen bate, een geheugen als een olifant en – niet onbelangrijk – een advocaat die hem influistert dat eerder gedane schenkingen mogelijk in mindering komen op uw legitieme aanspraak. Sterker nog: waar het gaat om giften aan kinderen, geldt geen beperking in tijd. Alles telt mee. Ja, alles.

En nu komt het.

Uw broer herinnert zich een avond die episch mag worden genoemd. U was met uw vader en broer bij een concert van Beyoncé Knowles. Uw outfit liet, laten we zeggen, ruimte voor verbetering. Bij de merchandise-stand liep u Beyoncé zelve onverwacht tegen het lijf. Uw vader vroeg om een handtekening. Beyoncé – zichtbaar geamuseerd – stelde een alternatief voor: een kus, mits uw vader u ter plekke van top tot teen in haar merchandise zou steken.

Uw vader aarzelde niet. Voor € 1.000 werd u omgetoverd tot wandelend reclameobject, en hij ontving daarvoor een kus die hij vermoedelijk tot zijn laatste dag heeft gekoesterd.

“Zie je wel,” zegt uw broer nu. “Dat was een gift. Die € 1.000 komt dus in mindering op jouw legitieme portie.”

Een interessante stelling. Maar klopt zij ook?

Het antwoord vergt een korte duik in de juridische definitie van het begrip gift. Daarvoor moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: (1) een verarming van het vermogen van de gever, (2) een verrijking van de ontvanger en – cruciaal – (3) de bedoeling om die verrijking uit vrijgevigheid tot stand te brengen.

De eerste twee voorwaarden zijn eenvoudig af te vinken. Maar bij de derde wringt het.

Waarom gaf uw vader € 1.000 uit? Om u een plezier te doen? Om u stijlvol te kleden? Nauwelijks. Zijn doel was duidelijk: hij wilde die kus van Beyoncé. En wie zou hem dat kwalijk nemen.

De uitgave was dus niet ingegeven door vrijgevigheid jegens u, maar door een zeer persoonlijk belang. Uw vader koos bewust voor een voor hem aantrekkelijk resultaat, ondanks de financiële consequenties. Dat is geen vrijgevigheid, maar doelgericht eigenbelang.

En daarmee ontbreekt een essentieel element van de gift in juridische zin.

De conclusie: deze uitgave kwalificeert niet als gift en blijft dus buiten beschouwing bij de berekening van de legitieme portie. Uw broer vist in dit geval achter het net.

Alle beetjes helpen.

Bron: Parket bij de Hoge Raad, 18/04556 en ECLI:NL:HR:2020:262

(PS: de rechten voor de foto van Beyoncé zijn keurig voldaan)

Bron: | 17-03-2026

Similar Posts