Verkoop woning na echtscheiding vertraagd: rechter grijpt in
Wie na een echtscheiding moet meewerken aan de verkoop van de gezamenlijke woning, kan die verkoop niet blijven vertragen. Als een partij onvoldoende voortvarend handelt, kan de rechter ingrijpen met dwangsommen en zelfs bepalen dat een vonnis in de plaats treedt van de benodigde handtekening. Dat blijkt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg.
In een eerdere procedure had de rechtbank al bepaald hoe de voormalige echtelijke woning moest worden verkocht. De ex-echtgenoten moesten samen een makelaar inschakelen, meewerken aan de verkoop en de woning leveren aan de koper. Volgens de man gaf de vrouw echter onvoldoende uitvoering aan die beslissing. Daarom startte hij een kort geding.
Onvoldoende voortvarend
De vrouw stelde dat zij wel degelijk meewerkte aan de verkoop. Volgens de voorzieningenrechter was daarvan onvoldoende gebleken. Zo ondertekende zij de verkoopopdracht later dan was afgesproken en verliepen afspraken over eenvoudige herstelwerkzaamheden en bezichtigingen moeizaam. Daardoor werd de verkoop onnodig vertraagd. De rechter benadrukt dat het niet alleen gaat om de vraag óf iemand uiteindelijk meewerkt. Ook de snelheid waarmee uitvoering wordt gegeven aan een rechterlijke beslissing is van belang. Partijen moeten daarbij voortvarend en te goeder trouw handelen.
Vonnis vervangt handtekening
Omdat de vrouw de uitvoering bleef vertragen, wijst de rechter verschillende maatregelen toe. Zij moet volledig meewerken aan de verkoop, de adviezen van de makelaar opvolgen, bezichtigingen mogelijk maken en de woning tijdig verlaten. Daarnaast bepaalt de rechter dat het vonnis, als de vrouw blijft weigeren mee te werken, in de plaats treedt van haar toestemming en handtekening voor de koopovereenkomst en de notariële levering. Ook worden dwangsommen opgelegd om verdere vertraging te voorkomen.
Proceskosten
Normaal gesproken worden proceskosten tussen voormalige echtgenoten 'gecompenseerd'. In deze zaak gebeurt dat niet. De rechter vindt dat de kortgedingprocedure alleen nodig was omdat de vrouw onvoldoende uitvoering gaf aan de eerdere beschikking over de verkoop van de woning. Daarom moet zij de proceskosten van de man betalen.
