Stuiting moet tijdig gebeuren en gericht zijn aan juiste persoon

Een vordering tot schadevergoeding kan verjaren, behalve als de verjaring wordt ‘gestuit’. Daarvoor gelden wel regels en strikte termijnen, die de advocaat in deze zaak liet lopen.

Een werknemer wordt ziek en legt de schuld van zijn arbeidsongeschiktheid bij zijn werkgever. Hij stelt de werkgever aansprakelijkheid en wil een schadevergoeding. Hij begint daarover een procedure bij de kantonrechter maar verliest zijn zaak. De werknemer gaat in hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Verjaring

De vraag is of zijn vordering niet is verjaard. Een rechtsvordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat een benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Zo’n verjaring kan echter worden ‘gestuit’: door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.

Stuiting

Die mededeling (de ‘stuitingshandeling’) moet, om werking te hebben, die persoon hebben bereikt (de ontvangstleer). De afzender (hier de werknemer) moet bewijzen dat hij de stuitingshandeling heeft verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat dit van de geadresseerde (hier de werkgever) is. Een ‘adres’ is het zakelijke adres van de werkgever: een postbus, e-mailadres of ander adres dat bij recente contacten tussen partijen door de werkgever is gebruikt.

Nieuwe verjaringstermijn

Eén brief van de advocaat van de werknemer heeft de werkgever zeker tijdig bereikt. Op de dag van ontvangst is de verjaring gestuit en is een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen. De dagvaarding van de werknemer is van enkele jaren later. Alleen als de verjaring voor een tweede keer is gestuit, en vóór de dagvaarding, is de vordering van de werknemer niet verjaard.

Vordering verjaard

De advocaat heeft nog twee e-mails gestuurd om de verjaring te stuiten, maar de werkgever zegt dat deze berichten hem niet hebben bereikt. De eerste mail ging naar een mailadres dat niet van de werkgever is – wel van een bedrijf dat onderdeel is van hetzelfde concern. De andere mail was gericht aan een persoon die al een jaar niet meer voor de werkgever werkte. De ontvangsttheorie stelt dan dat de verjaring niet is gestuit en de vordering is verjaard.

Proceskosten

De werknemer wordt veroordeeld de proceskosten van de werkgever te vergoeden. Net als de kantonrechter vindt het hof dat het de advocaat zou sieren als hij deze kostenveroordeling betaalt: hij heeft immers de vordering laten verjaren door geen behoorlijke stuitingshandeling te verrichten en de zaak zo laat aanhangig te maken.

ECLI:NL:GHDHA:2026:658

Bron:Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2026:658 | 27-04-2026

Similar Posts