Werkgever laat zieke werknemers in de steek: hoge billijke vergoeding

Een werkgever die het loon van zieke werknemers niet betaalt én niets doet aan hun re-integratie, handelt ernstig verwijtbaar. Dat oordeelt de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland. De twee werknemers mogen hun arbeidsovereenkomst direct laten ontbinden en krijgen naast een transitievergoeding ook een hoge billijke vergoeding.

Twee maatschappelijk werkers zijn voor onbepaalde tijd in dienst. In het najaar van 2025 vallen zij uit wegens ziekte. Vanaf november 2025 betaalt de werkgever geen loon meer, ondanks een eerdere veroordeling van de voorzieningenrechter om dat wel te doen. Ook schakelt de werkgever geen bedrijfsarts of arbodienst in, meldt de werknemers niet ziek bij het UWV en stelt geen plan van aanpak op. Contact met de werkgever is zelfs niet meer mogelijk.

Ernstig verwijtbaar handelen

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar handelt. Het betalen van loon is één van de belangrijkste verplichtingen van een werkgever. Dat geldt tijdens de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid. Daarnaast is een werkgever op grond van de Wet verbetering poortwachter verplicht om actief te werken aan de re-integratie van een zieke werknemer. In deze zaak laat de werkgever dat volledig na. Volgens de kantonrechter heeft dit grote gevolgen voor de werknemers. Door het uitblijven van loon komen zij in financiële problemen. De zorgen en stress die daardoor ontstaan, hebben bovendien een negatieve invloed op hun herstel. Ook neemt de werkgever de werknemers de kans op een goede re-integratie af.

Billijke vergoeding

Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, kent de kantonrechter beide werknemers een billijke vergoeding toe. Bij de hoogte daarvan kijkt de kantonrechter naar alle omstandigheden van het geval. Daarbij speelt onder meer een rol dat de werknemers een vast dienstverband hadden, naar verwachting nog langere tijd arbeidsongeschikt zijn en door het handelen van de werkgever aanzienlijke financiële en persoonlijke schade lijden. De kantonrechter kent daarom billijke vergoedingen toe van ruim € 35.000 en € 36.000. Daarnaast hebben beide werknemers recht op een transitievergoeding en moet de werkgever de eindafrekening opstellen en uitbetalen.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4165

Bron:Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2026:4165 12156555 ME VERZ 26-45 | 28-06-2026

Similar Posts