Vaak vragen om uitbetaling salaris is geen reden om werknemer te ontslaan
Toen een werknemer voor de zoveelste keer vroeg om uitbetaling van haar salaris, was de werkgever er klaar mee. Zij werd op staande voet ontslagen. De kantonrechter draait dat terug.
Een vrouw is in dienst bij een BV als allround medewerker. De arbeidsovereenkomst geldt voor zes maanden. Als zij zes weken heeft gewerkt, wordt zij via Whatsapp op staande voet ontslagen. De reden: de werknemer vroeg regelmatig om uitbetaling van haar salaris. Dit ontslag vecht zij aan bij de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland.
Arbeidsovereenkomst
Het is duidelijk dat er een arbeidsovereenkomst was die in ieder geval nog 4,5 maand zou lopen. Hoewel de arbeidsovereenkomst niet door beide partijen is ondertekend, gaat de kantonrechter toch uit van dit contract. Tussen haar eerste werkdag en de dag van het ontslag heeft de werknemer ruim 138 uur gewerkt.
Proeftijd
Volgens de werkgever was het ontslag rechtsgeldig, omdat zij enkel een proefperiode hadden afgesproken en de werknemer tijdens deze proefperiode is ontslagen. Het klopt dat zowel de werkgever als de werknemer tijdens de proeftijd zonder opzegtermijn of dringende reden de arbeidsovereenkomst kan opzeggen. Maar bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan alleen een proeftijd worden afgesproken als de arbeidsovereenkomst langer duurt dan zes maanden. Deze arbeidsovereenkomst duurde niet langer (precies zes maanden) en dan kan geen proeftijd worden afgesproken. Voor zover dat wel is gebeurd, is deze afspraak nietig. De werknemer is dus niet in haar proeftijd ontslagen.
Dringende reden
Volgens de wet moet voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet (buiten de proeftijd) een dringende reden zijn en die moet ook onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Een dringende reden is een gedraging van de werknemer die zo ernstig is dat van een werkgever niet kan worden verwacht dat deze het dienstverband laat voortduren. Deze werkgever ontsloeg de vrouw omdat zij herhaaldelijk vroeg om uitbetaling van haar salaris. Dit is volgens de kantonrechter geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Daarom wijst de kantonrechter de vernietiging van het ontslag toe.
Minimumloon
Dat betekent dat de werknemer recht heeft op loon, de arbeidsovereenkomst duurt immers voort. Het overeengekomen salaris van € 11,20 bruto per uur is echter minder dan het minimumloon (€ 11,52) waar de vrouw als 20-jarige recht op heeft. De werkgever moet haar daarom over die 138 uur het minimumloon betalen. Omdat het loon te laat is betaald, moet de werkgever ook de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging (50 procent) betalen. Daar komen nog de proceskosten (€ 768) bovenop.
